2. LANDSCHAP EN TURF.

Regelmatige overstromingen van de Beetster veenderij, eind 19e eeuw.


 

Duizenden jaren geleden, na de laatste ijstijd, bleef een grote troosteloze zandwoestijn achter, oorsprong van de zandafgraving buiten Nij Beets. Veel woningen werden begin vorige eeuw op de zanduitlopen gebouwd. Slechts een dunne veenlaag bedekte het zand, zoals bij de woningen aan de Krûme Swynswei.

 Daarna vormden zich toendra’s met rendiermos begroeid. De eerste bomengroei ontstond toen er berken, wilgen en dennen opschoten. De overblijfselen (stobben) van deze bomen zijn hier in het veen teruggevonden direct op het zand. De eerste veenvorming ontstond.

Het werd warmer, maar het klimaat was nog droog. Er kwamen andere boomsoorten zoals eik en hazelaar. De hazelnootdoppen vond men later in het veen terug. In de loop van vele eeuwen werd de veenvormende laag steeds dikker door afsterving van planten en bomen.

Het klimaat werd vochtiger. Bomen en planten verstikten onder het water en de laagveengebieden van nu konden ontstaan.

Door het vol groeien van het moeras en het zakken van het waterpeil werd het veenmoeras weer begaanbaar en vormde zich grasvegetatie. In de herfst en de winter stond deze streek veelal onder water. Er ontstond een veenlaag van 1 tot 3 meter.

 


Rond jaar nul > De Romeinen schreven: De Germanen verbranden hun eigen grond. Veen werd toen bekend als brandstof.

Tot 1600 > Het landschap bleef moerassig en weinig toegankelijk. De streek werd geteisterd door overstromingen vanuit de Middelzee (zout/brak water) en door binnenlandse overstromingen vanuit het Ald Djip. Op hogere plaatsen ontstond bewoning. Het zout was later als een witte uitslag terug te vinden in de turf.


   De Middelzee,
klik op de kaart voor een groter formaat.

1600 tot 1800 > Boeren van de hoge zandgronden (Bakkeveen/Wijnjewoude) gebruikten het land als hooiland (de blaugêrzen). Op de heenweg namen ze takken (prikken) mee en legden die op de drassige toegangswegen naar de hooilanden. Vandaar de huidige straatnaam Prikkewei.

 
  Op de kaart kun je duidelijk zien waar de Beetster "Hooy of Maad landen' waren, Atlas van Schotanus 1704 - 1718.


1863
> De laatste grootschalige laagveenturfwinning vond plaats rond Nij Beets in de Grote Veenpolder gelegen in Opsterland en Smallingerland .

1892 - 1893 > Grote binnenlandse overstromingen rond Nij Beets .

1894 > Aanvang van de inpolderingen; er werden gemalen gebouwd .

Rond 1900 > Baggelmachine komt in gebruik.

1914 - 1918 > Productie van veel turf wegens brandstoftekort tijdens de Eerste Wereldoorlog.

1952 > Na een kleine opleving van de productie van turf in de Tweede Wereldoorlog werd in het begin van de jaren vijftig voor het laatst beroepsmatig turf geproduceerd.

1977 > Begin van de ruilverkaveling Midden Opsterland. Ontstaan van natuurgebieden zoals de Kraenlannen , de ecologische hoofdstructuur langs het Ald Djip (Koningsdiep) en De Dulf. Tevens werd een drinkwaterwingebied aangewezen tussen de zandwinning en de Janssenstichting.

Tot heden > Bij natuurgebied De Deelen vindt nog veenwinning plaats voor het maken van potgrond. 

Zoeken