4. Nij BEETS EN HET WATER.


Het graven van het Polderhoofdkanaal.

 

Na de ijstijd > Het Ald Djip (ook wel Koningsdiep of Boorne genoemd) is het belangrijkste riviertje bij Nij Beets. Langs dit riviertje vinden we de ‘djipskoppen’ (klei aangevoerd door de rivier vanaf het Drents-Fries plateau). De Krûme Swynswei is nog een oude waterkering langs het Ald Djip die doorloopt tot Warniahuizen.

 

1760 > De Triskfeart is gegraven omstreeks 1760 en stond in rechtstreekse verbinding met het Ald Djip. Hij diende vooral voor de turfafvoer vanuit de Trisken. Resten van de Triskfeart vinden we nog in de Janssenstichting.

 

1831 > Een andere waterkering was de nieuwe Leppedyk (nu de Domela Nieuwenhuisweg en de Leppedyk). Deze is aangelegd in 1831 en werd bestraat in 1865.

 

1848 > Het Polderhoofdkanaal (voorheen Moordsloot genoemd) is gegraven in 1848 als verbinding tussen het Kûme Gat en het Ald Djip. In 1875 werd de vaart tussen het Ald Djip en de Nije Feart (1853) gegraven en groef men tevens de vaart vanaf de hoek bij de kerk naar De Veenhoop. Van de baggel werd turf gemaakt.

 

1894 > Op de plaats van de hoofdbrug lag een dam (nieuwe Leppedyk). In 1894 is het gebied tussen Nij Beets en De Veenhoop ingepolderd. Het kanaal werd verbreed en verdiept, de Sûderslûs (Schouwstraslûs) gebouwd en de dam in de nieuwe Leppedyk vervangen door een draaibrug. Deze is in 1938 bij de verbreding van de Domela Nieuwenhuisweg verbouwd tot een hoge betonbrug. De inpoldering met de diverse werken werd in 1894 betaald uit de ‘slykjilden’ (een soort grondstof-belasting op turf). Na 1911 werd hiervan het droogmalen van de polder betaald. De totale opbrengst van de ‘slykjilden’ in de Beetster veenderijen bedroeg tussen 1863 en 1952:   1.265.000 gulden.

 

1894 > Voor de turfafvoer waren voor 1894 al kanalen, bruggen en sluizen aangelegd. Een groot kanaal (Nije Leppedyksfeart, gedempt in 1927) liep langs de noordzijde van de tegenwoordige Domela Nieuwenhuisweg vanaf De Hoek tot Pier’s Hiem. In de Prikkewei en de Swynswei bevonden zich ook nog bruggetjes over de zogenaamde ‘ondergrondse kanalen’ om een doorvaart mogelijk te maken.

  

Voor 1900 > Turf werd doorgaans vervoerd met skûtsjes en snikken. Vooral in de Eerste Wereldoorlog was het topdrukte in het Beetster kanaal. Grotere schepen konden echter niet door de sluis en deze werden dan geladen op De Veenhoop of bij de Schouwstraslûs. Met de turfbok werd de turf hierheen vervoerd.

 

1918 > Stoomgemaal De Boorne . Omdat het gepompte water niet snel genoeg kon afvloeien en de boeren hier last van hadden, moest het nieuwe gemaal al snel weer worden afgebroken. Dat gebeurde na een rechtszitting, die klagende boeren aanspanden tegen het polderbestuur.

 

Zoeken

Wie is online?

We hebben 73 gasten en geen leden online

Zomaar een foto.