3. SOCIALE STRIJD.


Veenstakersappèl op De Hoek 5 mei 1890.

1865 > De eerste stakingen voor hoger loon . ’It boljeijen’ werd een begrip. In mei 1865 schreef de politie: ‘De rust in de veenderijen is in hoge mate verstoord, de tegenwoordigheid van de militaire macht is daarbij noodzakelijk’.

 

1878 > De landbouwcrisis. De allerarmsten werden extra de dupe. De prijs van een roede turf (16 m ) daalde van 98 cent naar 80 cent in tien jaar tijd.

 

1880 > Het loon was gemiddeld in vijftien jaar tijd met 20% gedaald. Tussen 1870 en 1890 hebben elf stakingen plaats gevonden rond Nij Beets. De rode vlag van het opkomende socialisme kreeg meer betekenis. Tegen de ‘gedwongen winkelnering ’ kwam steeds meer verzet. Onder meer door een staking van veenarbeiders in Nij Beets kwam een eind aan deze misstand.

 

1890 > De vader aller veenstakingen Ferdinand Domela Nieuwenhuis (Us Ferlosser) kwam naar Nij Beets om op De Hoek een menigte van 1500 stakers toe te spreken, omringd door een regiment van de infanterie. Zijn geest leeft nog voort; in cefé De Brêge hangt van hem een portret. Er werd destijds een veenarbeidersvereniging gesticht met 83 turfmakers.

 

1891 > De Tweede Kamer liet een politieke enquête te houden. Artsen, onderwijzers, burgemeesters, veldwachters, verveners en veenarbeiders werden ondervraagd over de leef- en werkomstandigheden in de veenderijen.

 

1891 > Ds. Van der Brugghen opende een noodkerkje (It Houten Himeltsje) omdat de veenarbeiders niet naar de Adelskerk (tot 1984) in (oud) Beets gingen.

 

1892 > Een grote overstroming rond Nij Beets , zoals dat vaker gebeurde. Een landelijke hulpactie werd op touw gezet. Waar nodig werden etenswaren en kleding verstrekt. En er werd een werkhuis met twaalf arbeiderswoningen gebouwd (De Wurkpôle).

 

1892 > Meester Tjepke Nawijn (hoofd openbare school) stelde de erbarmelijke omstandigheden van familie Koop Dam aan de orde. Er volgde een rechtszaak tussen een verbolgen veenbaas en ‘belediger’ Nawijn. Pieter Jelles Troelstra trad op als advocaat voor Nawijn.

 

1896 > Appèlmeester (stakingsleider) Hendrik Beenen sprak geestdriftig het volk toe. ‘Leaver gêrs frette as opjaen.. Binne wy noch allegear de selden?’, was de vraag van Annigje Tromp uit Nij Beets. ‘Ja’, riep het stakingsvolk volmondig.

1898 > Frederik van Eeden stichtte de commune-achtige kolonie Frij Fryslân(tot 1912). Jan Hoen was een van de langst aanwezige bewoners.

1900> Filantroop P.W. Janssen liet zeven boerderijtjes bouwen . Veenarbeiders die boer wilden worden konden, na welbevinden van een commissie, tegen een zeer lage pacht de boerderijtjes (met 4 ha land) pachten.

1917 > De spekstaking. De veenarbeiders wilden vet en spek bij het loon uitbetaald krijgen, zoals dat ook gold voor het machinepersoneel op de baggelmachines.

1918 > Na de eerste wereldoorlog nam de werkgelegenheid in het veen sterk af. De vraag naar turf werd minder door de opkomst van steenkool en olie. Bovendien werd de veentrekmachine ingezet. Deze ‘baggelmachine’ deed in een dag evenveel als een span baggellieden (menger/spitter) in een maand.

 

Zoeken

Wie is online?

We hebben 68 gasten en geen leden online

Zomaar een foto.