Siardus, abt

In de tweede helft van de 12e eeuw groeit een zekere Siewert op in de schaduw van de norbertijner abdij Mariëngaarde bij het Friese Hallum. Daar gaat hij ook naar de abdijschool en verruilt hij zijn lekenkleding voor de kloosterpij. Gedurende twintig jaar is hij een “Spieghel der deughden” voor zijn medebroeders, een man van strenge tucht en zelfkastijding, maar ook vol mededogen voor de armen en zieken. Hij wordt daarom meestal afgebeeld met een broodkorfje in de ene hand en een geselzweepje in de andere.

Ook als hij in 1194 unaniem tot abt wordt gekozen en de naam Siardus krijgt, verandert er niets in zijn liefdevolle benadering van de medemens en wenst hij op geen enkele wijze bevoordeeld te worden ten opzichte van zijn medebroeders. Toen hij tijdens een ziekte een extra goede maaltijd kreeg voorgeschoteld, leegde hij zijn bord in de gezamenlijke soeppan, zeggende: “Als het een uitstekende maaltijd voor mij is, is het dat zeker ook voor mijn medebroeders”. Zijn kwaliteiten als manager komen tot uiting in de uitbreiding van de abdij en het grootgrondbezit, veengebieden die door de monniken worden ontgonnen en met de opbrengst waarvan Siardus de armen en zieken ondersteunt.

Hij slaapt op een houten plankier, waar hij een paardenhuid overheen heeft gespannen. Na het hanteren van de zweep of riem, stelt hij zich de ganse nacht bloot aan de uitzinnige prikkeling van de paardenhuid. Die marteling houdt hij echter geheim voor zijn medebewoners, door de huid overdag onder een laken te verbergen.

Zijn vredelievende aard is een zegening voor de oorlogszuchtige Friezen. Wanneer ze met bebloede koppen tegenover elkaar staan, weet hij hen weer tot elkaar te brengen en enig mededogen en gevoel te gieten in hun versteende harten. Thans rusten de beenderen van Siardus na vele omzwervingen in Tongerloo, uitgestald in een ebbenhouten schrijn. De schrijn is getooid met zilveren beeldjes van Siardus zelf en van de ordevaders Augustinus en Norbertus.
Hoewel die schrijn wellicht niet in overeenstemming met zijn laatste wil geweest is, hebben vele kreupelen, lammen, blinden, pestlijders, waanzinnigen en zwangeren op deze plek Siardus’ zegeningen ondervonden.

Bron: Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland 

Zoeken