“DE BOLLE IS LOS”.

Onrust in de veenderij. De appèlmeester (stakingsleider) sprak de ontevreden baggellieden en turfmakers toe vanuit de voerbak voor de paarden. De grootste en meest langdurige veenstaking vond plaats in 1890.

     Bij de foto hierboven: De appèlmeester in de voerbak was Wiebe Hankel uit Noordwolde.

De Drachtster Courant meldde het volgende op 17 april 1890:

“In de veenderij te Beets hebben alle arbeiders het werk heden gestaakt. De verveners bieden voor baggelwerk 70 cents in de baggelbak; de arbeiders vragen 80 cents. In de bok (bokvaartuig) vragen de arbeiders ƒ 1,00; de veenbazen bieden 90 cents.

De turfmakers vragen ook 10 cents meer. Enkele verveners willen den eisch inwilligen. Tweemaal is appèl genouden door de arbeiders. Twee socialistische sprekers (een arriveerde per hondenkar) voerden het woord. Zij waarschuwden tegen sterken drank en drongen aan op stipte orde en eendracht. De orde laat niets te wenschen over. De Burgemeester van Opsterland en de wachtmeester der marechaussee’s waren te voet bij het appel aanwezig. Alle arbeiders zijn naar huis gegaan tot 21 april, wanneer weer appel zal worden gehouden”.

“Us forlosser komt” riep het arbeidersvolk opgewonden op maandag, 21 april 1890.

Massaal trok men naar de appèlplaats bij het café van Evert Dam (café bij de Brêge), waar kamerlid Domela Nieuwenhuis samen met zijn zoon en Tjeerd Stienstra al om 12.00 uur arriveerden. De infanterie en de marechaussee bewaakten de orde.

     Bij de foto in het midden het Café van Evert Dam.

Even later vertrok Domela samen met de stakende turfmakers in de richting van de herberg van de Wit (café de Hoek/ medisch centrum dokter Stadt), de volgende appèlplaats.
Tweeduizend tot 2500 stakers waren samengestroomd. Aan de muur van de herberg hing een tekst: “LEVE DOMELA NIEUWENHUIS, RECHT EN BROOD VOOR ALLEN!”

     Café van de Wit in rustiger tijden.

Domela Nieuwenhuis sprak zijn bewondering uit voor de onvrede van de turfmakers en het deed hem genoegen, dat het volk was ontwaakt! Als dank hiervoor stortte hij als eerste socialistisch kamerlid ƒ 100,00 voor de werkstakers in de weerstandskas (stakingskas).

Dit was een gebaar, dat de armoedige turfmakers hun hele leven niet meer zouden vergeten.

     Domela Nieuwenhuis.

Verder waarschuwde hij ook voor drankmisbruik en voor het plegen van ongeregeldheden, zie de foto hierboven.
Hij eindigde zijn toespraak met:
Op Mannen op! Die nimmer rust!
Op, en weest uw kracht bewust!
Gans het raderwerk staat stil,
Zo uw krachtige arm het wil.

Domela Nieuwenhuis en Stienstra vertrokken met veel stakers richting Tijnje naar het volgende appel.
De volgende dag verschenen Domela en Stienstra weer per rijtuig bij café de Wit. Appèlmeester Wiebe Hankel uit Noordwolde riep zijn stakende turfmakers toe: “Zijn jullie nog de mannen van gister?” Een volmondig “ja”klonk over de massa.

De verveners (vaak kleine veenbazen) en onderbazen, die al hadden ingestemd met de eisen van de stakers, werden vrijgesteld van het betalen van leggeld (stakingsgeld). Ondertussen pleegden de onwillige verveners overleg in de herberg van de Wit. De infanteristen hielden op de achtergrond een oogje in het zeil.

Op maandag, 28 april vond het volgende grote appel plaats voor 2000 stakers bij het café van Evert Dam o.l.v. van Wiebe Hankel. Ondertussen klonk het Mariannelied. O.l.v. Domela Nieuwenhuis verplaatste zich de massa stakers richting de herberg van de Wit, omdat daar meer ruimte was. Na het appèl reikten Domela en Stienstra voedsel bonnen (voor brood) uit aan de allerarmsten. De 15 veenbazen bleven koortsachtig overleggen over de eisen van de turfmakers. Na afloop verplaatsten de stakers zich naar Tijnje, waar een gelijke toestand heerstte.

Langzamerhand ontstonden er twee groepen: werkwillenden en stakers, die onderling een strijd voerden. Turfschepen werden onder toezicht van de marechaussee geladen. De eenheid onder de stakers was gebroken. De protestants-christelijke arbeidersorganisatie Patrimonium uit Drachten maakte dankbaar gebruik van deze tweespalt. Zij riepen op tot kalmte en het werk te hervatten. De veenbazen willigden de eisen van de stakers niet meer in.

Stienstra merkte op het laatste appèl op 5 mei 1890(zie de eerste foto) al aan de sfeer, dat de eendracht al niet meer aanwezig was. Door veel onderlinge onenigheid en rumoer onder de stakers verbood de gemeentesecretaris van Opsterland nog meer appèls te houden.

Nu moest iedere werkman zelf met de veenbaas onderhandelen en iedereen begrijpt, hoe dat ging.
Ter herinnering aan deze roerige tijden hangt er nog steeds volgens afspraak een portret van ús ferlosser Domela Nieuwenhuis in café de Brêge.

In april 1988 onthulden oud-wethouder Douwe de Haan en wethouder Jan Frieswijk van de gemeente Opsterland bij de hoofdbrug het door kunstenares Marianne Krabbendam uit Grou het beeld van de “appelmaster”. De eerste veenstakingen, die een grote betekenis hebben gehad voor de arbeidersbeweging, dateerden namelijk van 1838; dus anderhalve eeuw later werd er ter nagedachtenis een monument onthuld. In 1888 (een eeuw later) werd Domela Nieuwenhuis in het kiesdistrict Schoterland tot tweede kamerlid gekozen.


     Beeld van de
appèlmeester.

Bronnen:
Opstand in de turf, K. Huisman
Laagveenderij museum It Damshûs, met korte historie Nij Beets.
Foto's:
It Damshûs.
Collectie Fokke Veenstra.

Zoeken

Wie is online?

We hebben 34 gasten en geen leden online

Zomaar een foto.