Artikelindex

TURFMAKEN.

Oude tijden herleven in het openlucht laagveenmuseum It Damshûs met het turfmaken in 1996. M.b.v. een dumper van Loonbedrijf Lageveen werd “klyn” uit natuurgebied De Deelen gehaald. Teun de Leeuw vond het initiatief om turven te maken zo verrassend, dat hij ieder jaar belangeloos de “klyn” ter beschikking stelde.

De klyn werd fijn gemalen in de baggelbak en met een jutte over het land verspreid tot een dikte van 40 cm. Dit was het werk van de baggellieden (seizoenarbeiders).

Nadat de turfmaker met een krabber de lijnen op de veenlaag heeft aangebracht konden de turven worden (los) gestoken. Na een lange periode van drogen en keren werden de turven in turfhopen gezet. In de herfst werden ze vervoerd met skûtsjes.

In de beginjaren kregen de amateurturfmakers  instructie van de bekende Beetster turfmaker Eppe van der Duim.

FOLKLOREDEI EN BOARTERSDEI.

De bedrijvigheid op het museumterrein werd vanaf 1996 alleen maar groter door de organisatie van de jaarlijkse Folkloredei en Boartersdei. In originele klederdracht verrichtten vrijwilligers  werk in de turf, terwijl de vrouwen bezig zijn in de huisjes. Er werd gewassen, gebleekt, gekarnd, gesponnen en gekookt.

Het museumterrein werd dan volgebouwd met kraampjes, waar men lekkernijen kan kopen.

Ook de palingboer ontbreekt dan niet.

Op de Boartersdei kunnen in wedstrijdvorm allerlei oude spelletjes worden gespeeld.

De kinderen kunnen bellenblazen, steltlopen, mastklimmen, blikgooien, hinkelen, kaatseballen, koekhappen enz.

De Folkloredei en de Boartersdei zijn ieder jaar weer hoogtijdagen.

Vanaf de eerste keer passeerden meteen al 600 bezoekers de toegangshekken. Momenteel telt men met gemak het dubbele aantal bezoekers.

VAARTOCHTEN.

Vanaf de steiger bij het Sudergemaal werden in 1996 tweewekelijks boottochten v.v. georganiseerd met het motorbeurtschip de MS Iris uit 1930 naar het natuurgebied de Deelen. Bij aankomst kunnen de gasten dan een wandeling maken onder begeleiding van een gids. Het natuurgebied is zo bijzonder om de zeldzame rust en om de uitgestrekte petgaten.

Bijzonder is ook de flora en fauna in dit gebied.

In 1998 schonk Wetterskip Boarn en Klif een van hun werkboten in bruikleen om de boottochten naar de Deelen te kunnen voortzetten. Het is een open boot met een stuurhut.

Op 11 mei 2007 werd de Snikke (bouwjaar 1924) voor het symbolische bedrag van € 1,00 door het Wetterskip Fryslân overgedragen aan de beheerscommissie van het Sudergemaal en  het museumbestuur.
Een tweede vaartocht naar de Kraanlannen bij de Veenhoop startte ook in 1998 met een oude turfbok van Staatsbosbeheer over het Polderhoofdkanaal. Door deze uitbreiding vraagt It Damshûs opstappers en schippers.

Turfbok met gasten naar de kaenlannen
     Turfbok met gasten op het Polderhoofdkanaal, foto Leeuwarder Courant.

BOKWENNING.

Een andere bezienswaardigheid in 1997 was de woonbok. Als de platbodems niet meer geschikt waren voor vervoer van turf, hooi of koeien werden ze omgebouwd tot “woonboot”.

De Nij Beetster timmerman Brught Westra heeft vele turfbokken omgebouwd tot woonbokken.

Volgens Karst Dam, die in een woonbok was opgegroeid, moest er vanwege lekkage vaak worden gehoosd. Later werden ze op het droge getrokken.

UITBREIDING.

In januari 2001 breidde het openluchtmuseum It Damshûs uit met ruim één hectare land (van boer Veenstra/totale oppervlakte 2 ha.), waar een nieuw petgatengebied moest worden gegraven.

Europa, provincie Fryslân en de gemeente Opsterland namen de kosten voor hun rekening.

De plannen waren al uitgetekend door het bureau Oranjewoud. Op het terrein kwamen naast petgaten (door de firma Koopmans gegraven) een stuk hooiland en een poldertje (met boerderijtje van de P.W. Janssenstichting?). Doel is om de verschillende landschapstypen (o.a. de blauwgraslanden) te laten zien.

Nieuwe draaibruggen en een Heechhout werden door de Friese Poort (leerwerkproject) uit Drachten gebouwd en over de petgaten gelegd.

De petgaten zouden in de wintermaanden worden gebruikt voor recreatief schaatsen en schaatswedstrijden, maar de banen voldeden niet aan de voorgeschreven afmetingen.

Ook werd in dit nieuwe gebied turfgemaakt door een enthousiaste turfmakersploeg.

De trekkerskeet (2001) verhuisde met veel mankracht naar het nieuwe terrein.

In de molenmakerswerkplaats van de Stichting Molens Menaldumadeel in Marssum maakten molenmaker Waling Hofkamp samen met Uilke Leemburg in de winter van 2001 een zeer fraaie paaltjasker  voor het nieuwe petgatenlandschap. Voorjaar 2002 werd de tjasker, die door de Freonen aan het museum werd geschonken, op de legakker langs een petgat opgebouwd. Vroeger werd dit molentype heel vaak ingezet voor de bemaling in de kleine poldertjes of voor droogmaling van de petgaten.

Gedeputeerde Bertus Mulder opende op 31 mei 2002 het nieuwe petgatenlandschap.

Zoeken

Wie is online?

We hebben 24 gasten en geen leden online

Zomaar een foto.