“ARME” GESCHIEDENIS GOED BEWAARD IN OPENLUCHT LAAGVEENDERIJMUSEUM “IT DAMSHUS”.

Op 25 juni 1960 werd het museum geopend door burgemeester Harmsma van de gemeente Opsterland.

Ditzelfde Damshûs werd in 1958 onbewoonbaar verklaard en met de sloop bedreigd. Het was één van de laatste drie turfmakershuisjes in Nij Beets. Op initiatief van Oene Dijkstra werd er een commissie benoemd, die uit de volgende grondleggers bestond:

Oene Dijkstra, Piet Dijkstra, Eeuwe Zijlstra, Jan Koopmans en Reitse Mast.

Hendrik Dam schonk dit turfmakerswoninkje aan de commissie, die het huisje op de splitsing Rjochte Swynswei en Domela Nieuwenhuisweg afbrak en weer steen voor steen opbouwde bij de Hoofdbrug langs het Polderhoofdkanaal.

De plaatselijke bevolking schonk regelmatig veenderijwerktuigen aan het museumpje, dat jaarlijks ongeveer 300 bezoekers trok.

It Damshs ongeveer 1960
     It Damshûs, 1960.

Tot het einde van de jaren tachtig bleef het, naast een geschonken turfbok van de familie Busstra uit Luinjeberd, bij dat ene turfmakerswoninkje.

Het stichtingsbestuur ontwikkelde uitbreidingsplannen, die in een stroomversnelling kwamen door de ruilverkavelingplannen, waardoor ze een halve hectare landbouwgrond kregen van boer Veenstra.

Op 22 juni 1991 had voorzitter Evert Huisman wethouder Jan Frieswijk van de gemeente Opsterland uitgenodigd om met een “pipegaaltsje” (kruiwagen) vol turf het nieuwe museumterrein te openen.

Oene Dijkstra en zijn zoon Gerke hadden op dit terrein vier veenarbeiderwoninkjes (m.b.v. originele foto’s maakte Oene bouwtekeningen) en een trekkerskeet en Amerikaanse windmolen gebouwd.

Bovendien hadden Oene Dijkstra en Wiebe Terpstra uit Drachten destijds de wens uitgesproken om het buiten werking gestelde Sudergemaal aan de Ripen van de slopershamer te redden. Op dezelfde dag (22 juni) werd het museum ook eigenaar van dit gemaal met ondergrondse en bovengrondse bemaling voor een symbolisch bedrag van slechts één Nederlandse gulden. Het Sudergemaal, dat door het Waterschap “Het Koningsdiep” werd geschonken, was van museale waarde.

Het werd op 5 januari 1925 in werking gesteld en het behoorde tot een van de eerste elektrische gemalen in Nederland, dat gedurende 67 jaar de Groote Veenpolder in Opsterland en Smallingerland had bemalen. In het kader van de ruilverkaveling werd het vervangen door het moderne gemaal de Riperfeanen. De ondergrondse en bovengrondse pompen werden door de bouwer, de firma Stork uit Hengelo, gerestaureerd. Dit was vaak een ingewikkelde operatie. Na jaren van voorbereiding slaagde men er toch in om de oude pompen weer in werking te stellen.

De ruimte in het gemaal werd ingericht voor diverse tentoonstellingen van Friese landschapsschilders. Jarenlang hebben Wiebe Terpstra en Ittsje en Remco Wolthers deze taak op zich genomen.

In 1999 werd er een doorbraak met een stuw aangelegd in de waterkering van de Nieuwe Vaart. Twee jaar later draaide men na enige aanpassingen aan de stuw proef met de bovengrondse pomp.

In oktober 2003 zette gedeputeerde Bertus Mulder met het nieuwe veerpontje met de naam Jeltsje de eerste fietsers naar de overkant over de Nieuwe Vaart.

Sudergemaal overdracht 1995
     Overdracht van het Sudergemaal, 1995.

Zoeken

Wie is online?

We hebben 32 gasten en geen leden online

Zomaar een foto.