Afdrukken

DONKERE EN GEVAARLIJKE JAREN IN NIEUW BEETS. WO II VAN 1940-1945.

Voor de oorlog hadden de Beetsters al veel koffie, thee en zeep gehamsterd.
Eind 1939 telde Beets (Oud en Nieuw) 1976 inwoners.

1940.
Op vrijdagmorgen, 10 mei 1940, ’s morgens om even over half 5 vlogen veel Duitse vliegtuigen over ons dorp. De Eerste Cavaleriedivisie Legergroep B van 18.000 man rukte op naar de Kop van de Afsluitdijk. Slechts 2000 Nederlandse soldaten verdedigden de Noordelijke provincies.
In geval van oorlog zouden de polders in het westen van onze gemeente onder water worden gezet, dus ook Nieuw Beets. Deze polders waren onderdeel van de beoogde Friese Waterlinie.

Klik hier voor de Friese Waterlinie op YouTube

’s Morgens waren in het dorp huis aan huis brieven met het evacuatie-adres in Ureterp en Siegerswoude bezorgd. Er brak grote paniek uit. Gelukkig zegevierde het gezonde verstand van het Polderbestuur, want de sluisdeuren van de Noordersluis en de Zuidersluis bleven dicht. De evacuatie werd afgeblazen en de bevolking (ook de boeren en het vee) keerden op zaterdag en zondag huiswaarts.
Zondag, 12 mei verschenen de eerste Duitse soldaten in ons dorp. De 20-jarige Beetster Heine Tolsma sneuvelde in Wassenaar. Met het alles verwoestende bombardement op Rotterdam op 14 mei werd de strijd gestaakt.
In het begin van de bezetting waren, na jaren armoede en werkeloosheid, tekenen van bloei en opleving. De boeren waren tevreden over de melkprijs en sommigen werden hierdoor zelfs lid van de NSB. Maar dit duurde niet zo lang.
Op 18 juni 1940 kwamen bepaalde artikelen op de bon en ontstond er zwarte handel.


   
Bonkaarten die maandelijks uitgedeeld werd in de Openbare Lagere School.

Douwe de Haan, 34 jaar en boer in Nieuw Beets, had als onderofficier in het Nederlandse leger gevochten tegen de Duitsers. Hij was lid van de SDAP (Sociaal Democratische Arbeiders Partij) en raakte in de oorlogsjaren betrokken bij de illegaliteit. Politieke partijen werden verboden. Hij zorgde voor bonkaarten, illegale krantjes en hielp mensen aan onderduikadressen o.a. in Nieuw Beets. 

1941.
Na een zeer strenge winter probeerde de Duitse bezetter de bevolking meer bij de oorlog te betrekken door de Ned. Arbeidsdienst (NAD) op te richten. In Hemrik werd een kamp gesticht. Iedere man in de leeftijd van 18 tot 25 jaar werd verplicht tot zes maanden arbeidsdienst.
Voorwerpen van koper en tin moesten worden ingeleverd. Radiotoestellen, waarmee men kon luisteren naar Radio Oranje in Londen moesten worden ingeleverd. Een radio van de radiocentrale met Duitse berichten mocht men uiteraard houden. Postkantoorhouder in Nieuw Beets, Durk Hellinga, vertelde, dat er weinig koper (voor de wapenindustrie), zilver en radiotoestellen werden ingeleverd. Koper en zilver begroef hij in de bloementuin.
Zeven Opsterlandse communisten, waarvan één bewoner uit ons dorp, werden in juni opgepakt. Ze werden op transport gesteld naar een kamp bij Schoorl. Vijf weken later werden ze weer vrijgelaten.

In 1941 werd ook het persoonsbewijs verplicht gesteld voor personen ouder dan 14 jaar. Hieronder een voorbeeld van zo'n persoonsbewijs.


    Voorzijde persoonsbewijs van Theunis van der Berg.


     Achterrzijde persoonsbewijs

Ook de boeren werden steeds meer slachtoffer van de Duitsers, die hooi en paarden in beslag namen. Een deel van hun weiland moest worden omgeploegd (o.a. in de Ripen) om graan voor de bezetter te verbouwen. Landbouwcontroleurs hielden dit in de gaten. 



1942.
De Duitse soldaten gingen nu op rooftocht en vorderden fietsen. Een boer aan de Prikkewei had zijn gloednieuwe fiets in de mesthoop verstopt. Het fietsnummer stond op het persoonsbewijs vermeld en na veel speurwerk vonden ze zijn fiets. De boer werd behoorlijk afgeranseld.
In juni werden alle mannelijke Joden van 18-55 jaar opgeroepen naar werkkampen in Duitsland te gaan. Het vinden van onderduikadressen was niet eenvoudig.
Postbesteller aan de Dorpsstraat, Durk Hellinga ( foto hieronder ) en zijn vrouw Sjoukje Hellinga-van Houten namen twee Joodse meisjes, Janny (uit Amsterdam) en Miep (uit Eindhoven)in huis en verbleven daar zelfs vier jaar. Ondertussen overleefden ze twee huiszoekingen.

 
  V.l.n.r. Miep van Engel (Eindhoven),Sjoukje Hellinga-van Houten, Janny Sluimer,
   Durk Hellinga en Janny Sluimer (Amsterdam).

Joden mochten niet meer naar school en niet op sportvelden verschijnen.

Ook verbleven in het grootste geheim Joodse onderduikers in de grafkelders onder de Adelskerk in Oud Beets. Duitse soldaten verschenen regelmatig in de kerktoren van de Adelskerk.
De onderduikers in de Geref. Kerk aan de Prikkewei, toen die werd omsingeld door Landwachters, verstopten zich onder de preekstoel en in het orgel. Uiteraard kon er toen niet op het orgel worden gespeeld

Jongemannen van 18 tot 20 jaar moesten zich melden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland en de Jodenvervolging vond al op grote schaal plaats. Deze maatregel veroorzaakte heel veel onrust en mondde uit in een landelijke staking op 27, 28 en 29 april. Onze Beetster boeren leverden toen geen melk aan de zuivelfabrieken.
De Duitsers namen represailles en vermoordden willekeurig honderden Nederlanders. Een dag later werd bekend gemaakt, dat alle Nederlandse soldaten krijgsgevangen zouden worden gemaakt.

1943.
In dit jaar werd de “arbeidsinzet” uitgebreid voor ongehuwden en later gehuwden van 18-40 jaar. Vele jongemannen doken onder en werden door de verzetsbeweging aan een onderduikadres geholpen.
Vijf korfballers van Hermes vertrokken wel naar Düsseldorf. Oene Dijkstra uit Nieuw Beets was één van deze korfballers. Hij werkte daar in een fototoestellenfabriek. Zij overnachtten daar in barakken. Op 11 juni 1943 vonden daar zware bombardementen plaats door de geallieerden. Door de chaos konden zij nog per trein het land ontvluchtten. Thuis in de Janssenstichting dook hij onder, want hij beschikte niet meer over een persoonsbewijs.
Een maand later verschool hij zich met een aantal onderduikers achter zijn ouderlijke boerderij in een hol met een baggelbak als dak.
Ook ontving hij later een brief met het dwangbevel, dat hij zich onmiddellijk moest melden. Zelfs de dorpsagent kwam een keer op bezoek, maar hij zei toen meteen al: “Oene is net thús, tink?”
Eén keer per maand konden de Beetsters bonkaarten halen uit de OL-school aan de Straatweg (Domela Nieuwenhuisweg), waar een distributie-ambtenaar van de gemeente uit Beetsterzwaag zitting hield. 


    Rechts de Openbare Lagereschool aan de Straatweg, waar de bonkaarten uitgedeeld werden
.

De verzetsbeweging vormde knokploegen om distibutiekantoren te beroven van bonkaarten en blanco persoonsbewijzen voor hun onderduikers.
In november sloten sommige NSB’ers zich aan bij de Landwacht, die uitgerust waren met hagelgeweren (21 landwachters in de gemeente Opsterland). ’s Nachts was het spertijd; je mocht niet meer op straat verschijnen.
Eind 1943 vond er een razzia plaats. Duitse soldaten blokkeerden de toegangswegen en zochten onderduikers en radio’s.
In december 1943 stortte aan het ondergronds kanaal in de Janssenstichting een Duitse Focke Wulf (FW) 190, die in Frankrijk was opgestegen en onderweg was naar Leeuwarden, neer.
Het toestel werd aangevallen door de Engelse P-47 Thunderbolts. De piloot landde veilig ten westen van de Commissieweg in Beetsterzwaag. Het wrak is niet geborgen.



1944.
Op 1 maart vond er weer een razzia plaats.
Het hele dorp was afgesloten o.a. bij de Noodslachtplaats (Tolhekbuurt) en bij het hoge bruggetje in de Swynswei. Iedereen werd gecontroleerd op persoonsbewijzen. Ondertussen zochten de Duitsers onderduikers en radio’s. Een vrij grote groep Beetsters werd gearresteerd en overgebracht naar de Hervormde school aan de Prikkewei. 


     Geheel rechts de Hervormde Lagere School aan de Prikkewei, waar de arrestanten verbleven. 

 Ze werden daar verhoord door landwachter Lammers. Tijdens een huiszoeking bij vrouw Hellinga werd een radio gevonden. Dertig mannen en vrouw Hellinga werden meegenomen naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden. Zo langzamerhand werd iedereen weer vrijgelaten, behalve vrouw Hellinga en nog vijf mannen. Zij bleef negen weken in arrest.
De vijf mannen werden doorgestuurd naar het kamp van kampbeul Kotella in Amersfoort. Na tien weken in erbarmelijke omstandigheden mochten zij weer naar huis.
In mei werd Hellinga meegenomen door Meekhof en Derksen (landwachters) naar Leeuwarden. Na verhoor werd zijn vrouw vrijgelaten en Hellinga werd op transport gesteld naar Amersfoort. Een dag later verscheen zijn vrouw in kamp Amersfoort met een bewijs van toestemming van de PTT (radio) en ƒ 1000,00. Samen konden ze toen vertrekken.
Op een zondagmiddag omsingelden een aantal landwachters de Geref. Kerk aan de Prikkewei tijdens de preek van ds. Zelle uit Leeuwarden.
Een aantal onderduikers verstopten zich vlug in de kerk. Na afloop bleven bij de kerk een aantal fietsen staan, die vlug werden meegenomen door een aantal kerkbezoekers.
De Beetster boeren werd weer verplicht aardappelen, paarden en vee te leveren. Bij de Rolbrêge lag een schip om in beslag genomen hooi te vervoeren.
In dezelfde maand crashte een V1 van de Duitsers en belande in het weiland achter het pakhuis van fouragehandelaar Wolter Dam aan de Dorpsstraat. Gelukkig kwam hij niet tot ontploffing.
De familie van der Mei (Piershiem) werd ’s avonds plotseling bezocht door de Grüne Polizei, omdat er nog licht brandde in de schuur. Alle huizen moesten toen al verduisterd worden.
Van der Mei vluchtte snel voor de soldaten, maar vrouw v.d. Mei raakte niet in paniek en bleef koelbloedig. Ze verrichtten een huiszoeking en namen een koe mee, die halverwege Oldeboorn werd geslacht.
In september was het “Dolle Dinsdag”. De geallieerden bereikten vanuit het Zuiden ons land. NSB-ers vluchtten in paniek vanuit het westen per trein naar Friesland.
In deze maand werd uit de verzetsbeweging de NBS (Ned. Binnenlandse Strijdkrachten) opgericht.
Door de landelijke spoorwegstaking kwamen de spoorwegmensen in gevaar. Massaal vluchtten ze met hun gezin naar Friesland om hier onder te duiken bij een boer. Hiervoor was veel geld nodig. Postkantoorhouder Hellinga en bakker v.d. Meer gingen verschillende avonden op stap en verzamelden maar liefst ƒ 12.000 in ons dorp. Na de bevrijding werd ons dorp hierom geroemd.
Engelse gevechtsvliegtuigen schoten op alle voertuigen en zelfs op de snikke van Jan Bok in het Polderhoofdkanaal.
Door de brandstofschaarste moesten de Beetster schoolkinderen turf meenemen naar school. De Duitsers kapten de bossen in Olterterp. In het Polderhoofdkanaal lagen boten om de boomstammen te vervoeren, die door boeren werden aangevoerd.
Ze reden opzettelijk langzaam, zodat de schooljeugd hout van de boerenwagens kon grissen.
In november werd er een verplichte grote vordering van paarden en van paardentuig gehouden. De beesten moesten in Beetsterzwaag worden ingeleverd. Door een teleurstellend resultaat moest de gemeente nu lijsten van boeren met paarden verstrekken aan de zgn. Boerenraad. De Beetster boeren brachten hun paarden ver van de openbare weg, zodat ze onzichtbaar waren voor de bezetter.
Ondertussen vonden wapendroppings plaats in het natuurgebied de Deelen. De wapens werden verstopt in turfbulten.
Op zijn bestelronde door Nieuw Beets kwam postkantoorhouder Durk Hellinga Jan Kempenaar tegen, die een groot aantal wapenonderdelen in de berm in de Ripen had gevonden. Deze wapens werden vlug naar boer Bootsma gebracht. In het diepste geheim gaf later een Engelse instructeur wapentraining aan de verzetsmensen (NBS).
Door stroomgebrek werkten de gemalen niet meer. Het water in de polder steeg tot ongekende hoogte. In de Janssenstichting werden de molsgangen in de dijken met hooi dichtgemaakt.
Boeren brachten toch nog turf en kienhout uit de bossen van Beetsterzwaag naar het gemaal op de Veenhoop.Ondertussen vlogen dag en nacht Engelse en Amerikaanse bommenwerpers over ons dorp.


1945.
Nieuw Beets ontfermde zich ondertussen over een groep kinderen van PTT’ers uit Amsterdam. Op een zondag kwamen ze op een vrachtwagen aan op de Dorpsstraat. Postkantoorhouder Durk Hellinga regelde de logeeradressen.
Op 18 februari vond er nog een razzia in de Ripen plaats. De 20-jarige Gosse Bootsma en een andere onderduiker en spoorman Akkerman uit Akkrum werden meegenomen naar Grou. Bij de familie Tolsma aan de Kanaelwei Sud vonden ze nog een auto onder het hooi in de hooischuur.
Ook Tolsma en de auto getrokken door zijn paard vertrokken naar Grou. De volgende dag werden ze gevangen genomen in het Huis van Bewaring in Leeuwarden. Wekelijks werden nog gevangenen op transport gesteld naar Groningen en Duitsland, maar de jonge Gosse Bootsma overleefde deze spannende tijd. Na acht weken werd hij vrijgelaten door de bevrijders en keerde heelhuids terug in de Ripen in Nieuw Beets.
Op 23 februari stortte een uit koers geraakte V1 neer in de Janssenstichting langs het ondergronds kanaal (niet ver van de Duitse bommenwerper). De bezetter lanceerde nog steeds de V1 uit Gaasterland richting grote Engelse steden. Later is deze V1 op aanwijzing van Kor van der Meulen en een m.b.v. een metaaldetector van de Mijnen en Opruimingsdienst gelokaliseerd en verwijderd uit de bodem.
In dit laatste oorlogsjaar werden mensen gedwongen tot het graven van putjes langs de wegen, waarin de soldaten dekking konden zoeken bij een luchtaanval. Steeds meer Beetsters raakten hun fietsen kwijt aan de Duitsers.
In april verklaarde de ondergrondse zich bereid om de macht over te nemen als Binnenlandse Strijdkracht.
Op de bomen langs de Straatweg (Domela Nieuwenhuiswei) hadden de Duitsers borden bevestigd met tekens om het vluchten gemakkelijker te maken.
Zaterdag, 14 april werd de dag van de bevrijding van Opsterland door de Canadezen. In blauwe overalls en met helm fietsten mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten over de Swynswei. Op zondag, 15 april bereikten de Canadezen Nieuw Beets.

    
     Canadese tanks op de Hoek (Tolhekbuurt).

Eindelijk verlost van de bezetter. De Beetsters kwamen samen op de Prikkewei en op de Hoofdbrug om de bevrijding te vieren op de muziek Sietse en Sjoerdsje.
In dezelfde week werden de landwachters opgehaald en verzameld in het postkantoor van Durk Hellinga aan de Dorpsstraat. Vervolgens werden ze overgebracht naar een kamp in Hemrik.Foto Postkantoor aan de Dorpsstraat.
Van ’s ochtends 8 uur tot 3 uur ’s middags trokken op 28, 29 en 30 mei de gevangen genomen Duitse soldaten over de Swynswei en Tolhekbuurt en de Beetsterweg door Beetsterzwaag naar een kamp in Olderterp.
Voorop liepen de officieren en de gewonde soldaten werden vervoerd op een boerenwagen.
De stoet werd nauwlettend in de gaten gehouden door de Canadezen en de Beetsters hadden een straatverbod om schermutselingen te voorkomen. Door de Binnenlandse Strijdkrachten werden nog drie Duitse soldaten aan de stoet toegevoegd. 
Negen verdachten uit Nieuw Beets verschenen voor het tribunaal in Heerenveen voor de lichtere misdaden en twee moesten voor het bijzonder gerechtshof in Leeuwarden verschijnen.
Pas in juni 1946 werden de eerste vrije gemeenteraadsverkiezingen in onze gemeente Opsterland gehouden. Douwe de Haan (P.v.d. A.) en Durk Hellinga (A.R.P.) uit Nieuw Beets namen toen zitting in de Opsterlands gemeenteraad.

Bron:
- De Vrije Opsterlander, 1980.
- Jeugdherinneringen aan WO II, D. Hellinga.
- Hermes, 60 jaar, O.G. Dijkstra.
- Drie geschriften van: E. Huisman, BEetsterzwaag.
- Eindstation Opsterland -1, E. Huisman, Beetsterzwaag.
- Slits en Roggeprip, Opsterland 1940-1945, K. Huisman.
- Razzia yn'e Ripen, 1945. R. Jankesz.
- Fietsend door gastvrij en vrij Opsterland, Culturele Raad Opsterland, 1945.
- Archief Damshus, Nij Beets.

<<Terug naar overzicht Canon.