Artikelindex


1944.
Op 1 maart vond er weer een razzia plaats.
Het hele dorp was afgesloten o.a. bij de Noodslachtplaats (Tolhekbuurt) en bij het hoge bruggetje in de Swynswei. Iedereen werd gecontroleerd op persoonsbewijzen. Ondertussen zochten de Duitsers onderduikers en radio’s. Een vrij grote groep Beetsters werd gearresteerd en overgebracht naar de Hervormde school aan de Prikkewei. 


     Geheel rechts de Hervormde Lagere School aan de Prikkewei, waar de arrestanten verbleven. 

 Ze werden daar verhoord door landwachter Lammers. Tijdens een huiszoeking bij vrouw Hellinga werd een radio gevonden. Dertig mannen en vrouw Hellinga werden meegenomen naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden. Zo langzamerhand werd iedereen weer vrijgelaten, behalve vrouw Hellinga en nog vijf mannen. Zij bleef negen weken in arrest.
De vijf mannen werden doorgestuurd naar het kamp van kampbeul Kotella in Amersfoort. Na tien weken in erbarmelijke omstandigheden mochten zij weer naar huis.
In mei werd Hellinga meegenomen door Meekhof en Derksen (landwachters) naar Leeuwarden. Na verhoor werd zijn vrouw vrijgelaten en Hellinga werd op transport gesteld naar Amersfoort. Een dag later verscheen zijn vrouw in kamp Amersfoort met een bewijs van toestemming van de PTT (radio) en ƒ 1000,00. Samen konden ze toen vertrekken.
Op een zondagmiddag omsingelden een aantal landwachters de Geref. Kerk aan de Prikkewei tijdens de preek van ds. Zelle uit Leeuwarden.
Een aantal onderduikers verstopten zich vlug in de kerk. Na afloop bleven bij de kerk een aantal fietsen staan, die vlug werden meegenomen door een aantal kerkbezoekers.
De Beetster boeren werd weer verplicht aardappelen, paarden en vee te leveren. Bij de Rolbrêge lag een schip om in beslag genomen hooi te vervoeren.
In dezelfde maand crashte een V1 van de Duitsers en belande in het weiland achter het pakhuis van fouragehandelaar Wolter Dam aan de Dorpsstraat. Gelukkig kwam hij niet tot ontploffing.
De familie van der Mei (Piershiem) werd ’s avonds plotseling bezocht door de Grüne Polizei, omdat er nog licht brandde in de schuur. Alle huizen moesten toen al verduisterd worden.
Van der Mei vluchtte snel voor de soldaten, maar vrouw v.d. Mei raakte niet in paniek en bleef koelbloedig. Ze verrichtten een huiszoeking en namen een koe mee, die halverwege Oldeboorn werd geslacht.
In september was het “Dolle Dinsdag”. De geallieerden bereikten vanuit het Zuiden ons land. NSB-ers vluchtten in paniek vanuit het westen per trein naar Friesland.
In deze maand werd uit de verzetsbeweging de NBS (Ned. Binnenlandse Strijdkrachten) opgericht.
Door de landelijke spoorwegstaking kwamen de spoorwegmensen in gevaar. Massaal vluchtten ze met hun gezin naar Friesland om hier onder te duiken bij een boer. Hiervoor was veel geld nodig. Postkantoorhouder Hellinga en bakker v.d. Meer gingen verschillende avonden op stap en verzamelden maar liefst ƒ 12.000 in ons dorp. Na de bevrijding werd ons dorp hierom geroemd.
Engelse gevechtsvliegtuigen schoten op alle voertuigen en zelfs op de snikke van Jan Bok in het Polderhoofdkanaal.
Door de brandstofschaarste moesten de Beetster schoolkinderen turf meenemen naar school. De Duitsers kapten de bossen in Olterterp. In het Polderhoofdkanaal lagen boten om de boomstammen te vervoeren, die door boeren werden aangevoerd.
Ze reden opzettelijk langzaam, zodat de schooljeugd hout van de boerenwagens kon grissen.
In november werd er een verplichte grote vordering van paarden en van paardentuig gehouden. De beesten moesten in Beetsterzwaag worden ingeleverd. Door een teleurstellend resultaat moest de gemeente nu lijsten van boeren met paarden verstrekken aan de zgn. Boerenraad. De Beetster boeren brachten hun paarden ver van de openbare weg, zodat ze onzichtbaar waren voor de bezetter.
Ondertussen vonden wapendroppings plaats in het natuurgebied de Deelen. De wapens werden verstopt in turfbulten.
Op zijn bestelronde door Nieuw Beets kwam postkantoorhouder Durk Hellinga Jan Kempenaar tegen, die een groot aantal wapenonderdelen in de berm in de Ripen had gevonden. Deze wapens werden vlug naar boer Bootsma gebracht. In het diepste geheim gaf later een Engelse instructeur wapentraining aan de verzetsmensen (NBS).
Door stroomgebrek werkten de gemalen niet meer. Het water in de polder steeg tot ongekende hoogte. In de Janssenstichting werden de molsgangen in de dijken met hooi dichtgemaakt.
Boeren brachten toch nog turf en kienhout uit de bossen van Beetsterzwaag naar het gemaal op de Veenhoop.Ondertussen vlogen dag en nacht Engelse en Amerikaanse bommenwerpers over ons dorp.

Zoeken

Wie is online?

We hebben 54 gasten en geen leden online

Nieuwsflits

Zomaar een foto.